Van iets verdrietigs, iets moois maken.

Vrijdag de 13e was geen ongeluksdag.


Voor toen, die ene vrijdag de 13e in april, was het voor ons geen ongeluksdag. 



Het was vrijdagochtend de 13e april 2018.

 

Hoewel vrijdag de 13e bekend staat als een ongeluksdag, was het voor ons alles behalve dat. Om 8 uur ’s ochtends had ik de huisarts gebeld. Het ging niet goed met Elroy. Hij bleef zich benauwd voelen, ondanks de 3 verschillende zuurstofapparaten die hem zo’n 30 liter zuurstof per minuut toedienden. Het had geen zin meer, zijn longen konden het zuurstof nog amper opnemen.

 

“Het is zo ver, kun je langskomen?” Vroeg ik aan mijn huisarts door de telefoon. “Ik kom eraan”, kreeg ik als antwoord. Niet veel later zag ik mijn huisarts aan komen lopen, richting mijn voordeur. Ik opende de deur, gaf hem een hand en liep voor hem uit naar de woonkamer.

 

Daar lag Elroy in zijn ziekenhuisbed. Bijna te benauwd om te vertellen dat hij zo niet meer verder wilde leven. De huisarts ging op een stoel naast zijn bed zitten. Hij had niet veel tijd nodig, om de conclusie te trekken dat het einde nabij was. “Ik ga de scen arts bellen, zodat ze kunnen beslissen of euthanasie nu mogelijk is”. Kregen we van de huisarts te horen. Hij pakte zijn telefoon en belde de scen arts op.   Na een kort gesprek waarin de situatie van Elroy werd besproken, hing de huisarts weer op.

 

“De scen arts komt vandaag langs. Ik ga nu weer terug naar de praktijk, maar zal er zijn zodra de scen arts er is”. En zo verliet mijn huisarts het huis en zaten wij thuis te wachten totdat de scen arts zou komen.

 

 

 

Wat voelde het wachten vreemd aan. Je zit te wachten op iemand die gaat oordelen of je geliefde mag sterven ja of de nee. Iemand die je welkom heet in je huis en waarvan je hoopt dat die inziet, dat de dood de enige optie is.  Dat er geen kwaliteit meer van leven is.

 

Volgens mij was het rond 11 uur, dat ik wederom de huisarts zag aanlopen richting de voordeur. Deze keer in het gezelschap van nog een arts, de scen arts.  Met trillende handen maakte ik de voordeur open. Ik gaf ze beiden een hand en liep voor hun uit richting de woonkamer. Er hing een vreemde spanning, ik voelde het in heel mijn lichaam. We waren op het punt aangekomen, waarvan we wisten dat die zou komen, maar van te voren niet konden weten hoe het zou zijn.

 

We zouden hopelijk het verlossende antwoord krijgen. Een antwoord wat zou betekenen dat ik hem los moest laten. Dat ik moest accepteren dat aan “ons” een einde kwam. Een antwoord wat ervoor zou zorgen, dat niks meer het zelfde zou zijn. En dat was oké. Ik had daar vrede mee. Sterker nog ik wilde niks anders. Want dit was geen leven meer voor hem, dit was langzaam sterven, snakkend naar adem, terwijl ik machteloos moest toekijken.

 

Ik trok dat niet meer, wilde dat niet meer. Niet meer voor hem, niet voor mijzelf, niet voor onze kinderen.

 

De scen arts ging op de stoel zitten naast het bed, waar de huisarts enkele uren geleden het betreffende telefoontje had gepleegd. Ze stelde wat vragen, controleerde zijn lichaamsfuncties en noteerde alles in haar boekje. Het onderzoek duurde niet lang, ze vertelde dat euthanasie nu een optie was en de huisarts de rest met ons zou bespreken.

 

Ze wenste ons sterkte en ik liep met haar mee naar de voordeur. Ik gaf haar een hand en bedankte haar, voor de toestemming die ze had gegeven.

 

 

 

Ik liep weer terug naar de woonkamer, waar ik zag dat de huisarts alweer op de stoel naast het bed was gaan zitten. Ik nam aan de andere kant van het bed plaats op de bedrand. Daar zaten we met zijn tweeën en de huisarts in een setting, waar ik nog nooit eerder in beland was geraakt. Heel bewust gingen we daar zijn dood plannen.

 

Hij wilde heel graag sterven op zijn verjaardag. Donderdag 19 april zou hij jarig zijn en 51 worden. Dat was de dag dat hij ging sterven. We hadden afgesproken met de huisarts, dat hij in de avond zou komen. Rond 9 uur. De jongste zou dan in bed liggen. De oudste had dan ’s avonds nog even tijd met zijn vader. En daarna zouden wij het met zijn tweeën afsluiten.

 

De datum en het tijdstip waren nu vastgelegd. De huisarts vertrok weer naar zijn praktijk. En wij waren nu aan het allerlaatste hoofdstuk begonnen. Wat voelde dat als een verademing. Er was eindelijk een einde in zicht. Een einde die ondanks alle pijn en verdriet, ook zo fijn aanvoelde. Want deze lijdensweg zou stoppen.  Die dag waren wij nog in de veronderstelling dat we nog een kleine week samen zouden hebben. Een week waarin we als gezin afscheid konden nemen.  Die laatste week liep heel anders dan dat we gedacht hadden. Ik vertel daar meer over in een ander blog.

 

Voor toen, die ene vrijdag de 13e in april, was het voor ons geen ongeluksdag. Het was de beste dag van ons leven.  Ik weet het, dat klinkt heel vreemd. Gelukkig kunnen zijn omdat de gene waarvan je zoveel houdt mag sterven. Houden van is ook loslaten. Houden van is willen, dat de ander gelukkig is, geen pijn heeft, of moet snakken naar adem. Houden van is zoveel meer dan enkel iemand dichtbij je hebben in het leven.  Ik gunde hem de dood, juist vanwege onze liefde.



«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Ria B
10 maanden geleden

Potverdikke Daf !!!
Het hakt er in als ik dit lees !!!
Bij Piet ging het om het in slaap brengen ..
En de tijd was rijp , meer dan rijp... Liefde is loslaten en dat is ook wat er gebeurde ... bij ons ...bij jullie !!
Ik geef je een dikke knuffel !!

Patricia Petrick
10 maanden geleden

Prachtig geschreven 💜